Beeld Bonifatius

Bonifatius werd volgens de vita van Willibrord geboren in een gegoede familie als Winfrid of Wynfrith; Engelse traditie claimt Crediton in Devonshire als zijn geboorteplaats. Willibrord beschrijft hoe de jonge Winfrid tegen de wil van zijn vader zijn leven wilde wijden aan het kloosterleven: als zijn vader door goddelijke ingreep dodelijk ziek wordt en bijna overlijdt geeft hij toe en vertrouwt Winfrid als puer oblatus aan het klooster. Hij kreeg zijn theologische scholing in de kloosters van Exeter en Nutcell en werd op zijn 30e priester. In 715 begon hij zijn zendingsexpeditie naar de Friezen.

In 719 werd Bonifatius verwelkomd door Willibrord. Bonifatius kwam hem helpen in zijn pogingen vanuit zijn bases Antwerpen en Utrecht de Friezen te kerstenen. Met de dood van Radbod lag de weg naar het noorden weer open.

Om de overmacht van christenen en het Frankisch gezag te bewijzen hakte Bonifatius in 723 de heilige Donareik om. Deze stond in Geismar nabij Fritzlar op de grens van het gedeeltelijk christelijke Hessen en het meestal heidense Nedersaksen, niet ver van de Frankische vesting Büraburg. Van het hout bouwt hij een kerk gewijd aan St. Petrus; de kerk is de kiemcel van het latere klooster in Fritzlar. Tot 732 werkt Bonifatius in Hessen en Thuringen.

In 732 benoemt paus Gregorius III Bonifatius tot aartsbischop, en tot aan 736 werkt hij in Beieren waar hij de kerk (her)organiseert, onder andere door het stichten van bisdommen in Regensburg, Passau, Salzburg, en Freising.

Van 736 tot aan 753 blijft Bonifatius voornamelijk als kerkhervormer aan het werk, en organiseert de grote Austrasische synoden van 742 (Concilium Germanicum, plaats onbekend) en 743 (Les Estinnes), en de Neustrische synode van 744 (Soissons). In 744 laat hij Sturmius het klooster van Fulda stichten, wat al gauw zijn lievelingsklooster wordt en snel uitgroeit tot een plaats van grote Europese betekenis.

Zijn werk wordt evenwel moeilijker en moeilijker: de Frankische adel ziet niet graag dat Bonifatius het primaat van Rome oplegt aan bisdommen die al sinds eeuwen in handen van de adel waren--ze hebben zeker problemen met het celibaat en het verbod op de jacht. Dat de uiteindelijke dood van Bonifatius aan een samenzwering van zulke edellieden te wijten zou zijn is een verhaal dat niet door feiten gestaafd kan worden.

In 754 werd hij bij Dokkum door de heidense Friezen vermoord, samen met meer dan 50 van zijn metgezellen. Enige tijd na zijn dood struikelt het paard van de gezaghebbende administrator Abba op de terp, waarna een zoete bron ontsprong (het enige Bonifatiuswonder dat vermeld is in Willibrord's biografie). Na een kort verblijf in de Sint-Salvatorkerk in Utrecht en later in Mainz wordt hij overgebracht naar het klooster Fulda, dat mede dankzij de Bonifatiusverering eerst een belangrijk centrum van boekproductie wordt (onder leiding van zulke roemruchte abten als Rabanus Maurus) en sinds het midden van de negentiende eeuw de belangrijkste plaats is voor het Duitse catholicisme: elk jaar nog komen de Duitse bisschoppen samen aan zijn graf.

De verering in Dokkum kreeg een belangrijke impuls in 1927 door de invloed van de Karmeliet Titus Brandsma (overleden in Dachau in 1942; zalig verklaard in 1985). In 1962 werd in Dokkum een standbeeld voor hem onthuld door prinses Beatrix. In 1990 werd Nefthys Brandsma op miraculeuze wijze van kinkhoest genezen bij de Bonifatiusbron. Volgens de gemeente Dongeradeel komen er elk jaar tussen de 25 en 40-duizend pelgrims naar Dokkum; nieuwe wonderen zijn nog niet gemeld.

5 juni is zijn naamdag.

Bron: wikipedia


 

 
           
Copyright © 2006 Friesland digitaal