Menaldumadeel in beeld

 

Welkom in Menaldumadeel

De westelijke helft van de provincie Friesland, eertijds Westrachia, later Westergo genaamd, telt een aantal plattelandsgemeenten, waaronder Menaldumadeel. De bewoning van dit gebied begint al in de derde eeuw voor Christus - lang voor de aanleg van de zeedijken - op de zelf opgemaakte hoogten, de terpen.


Van het oudste klooster in de gemeente is zeer weinig bekend, het lag op Franjum onder het dorp Marssum en werd bewoond door nonnen van de orde van Sint Benediktus. Omstreeks 1270 raakte het klooster in verval en vertrokken de zusters naar het vrouwenklooster in Baijum.
In 1256 werd door de pastor Wibrandus fan Aningum ten westen van Berlikum een klooster gesticht. De kloosterlingen maakten deel uit van de orde van Sint Augustinus. Bij de hervorming In begin 1580 neemt de overheid het klooster over. In hetzelfde jaar worden de gebouwen afgebroken.


Wanneer Menaldumadeel als afzonderlijk “deel” is ontstaan is niet exact bekend. Het zal echter in de tweede helft van de 14e eeuw zijn geweest. In 1401 wordt er voor het eerst in de archieven melding gemaakt van ‘Menaldumadelis’, terwijl er in 1354 nog sprake is van het district Fronekere (Franeker) waar het gebied van Menaldumadeel onder viel. Hieruit is op te maken dat Menaldumadeel als afzonderlijk “deel” tussen 1354 en 1401 is ontstaan.


Van oudsher stond een grietman aan het hoofd van een grietenij. De grietman -altijd afkomstig uit de adelstand- had grote macht. Hij was het hoogste bestuurlijk orgaan in de grietenij. Van 1729 tot 1858 was -met een tweetal onderbrekingen- het ambt van grietman in handen van diverse leden van de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. De familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg waren bewoners van de state Groot Terhorne te Beetgum. Deze state is in 1879 afgebroken, net zo als de vele andere states, die in voorgaande eeuwen in de gemeente stonden. Alleen Heringa State, ook wel genaamd het Poptaslot te Marssum is bewaard gebleven.

In 1795 - met de komst van de Fransen - werd de grietman afgezet. Het bestuur kwam in handen van een college van meerdere personen. Bij een bestuurlijke reorganisatie in 1802 werd Menaldumadeel onderdeel van het 11e drostambt van Friesland.

Nederland werd in 1811 onderdeel van het Franse keizerrijk. De oude grietenij Menaldumadeel verdween en het grondgebied werd opgesplitst in 4 afzonderlijke gebieden.
Per 1 januari 1812 kwamen er 4 zogenaamde mairieën; Berlikum, Dronrijp, Marssum en Menaldum. Met ingang van 1 oktober 1816 werd Menaldumadeel weer één grietenij, met als bestuur een grietman, twee assessoren en een grietenijraad. Met de inwerkingtreding van de Gemeentewet in 1851 werden de benamingen; grietman, assessoren en grietenij vervangen door; burgemeester, wethouders en gemeenteraad.

Het gemeentehuis waar tegenwoordig (alleen nog) de raadsvergaderingen worden gehouden is tussen 1841 en 1843 gebouwd door Romein. Het werd ook wel het Grietenijhuis genoemd. Bovenaan op het pand prijkt het wapen van Menaldumadeel in goud, grijs, geel en blauw.

Menaldumadeel telt dertien dorpen: Beetgum, Beetgumermolen, Blesssum, Berlikum, Boksum, Deinum, Dronrijp, Engelum, Marssum, Menaldum, Schingen, Slappeterp en Wier.

Het dorp Beetgumermolen is pas op 1 januari 1963 ontstaan, door een afsplitsing van het “moederdorp” Beetgum. Op dezelfde datum verloor het dorp Klooster Anjum haar dorpsstatus en werd het onderdeel van het dorp Berlikum.

Bron: gemeente Menaldumadeel

Wapen van Menaldumadeel

I : 25 maart 1818

"Van zilver, beladen met een liggende eenhoorn van keel, gehoornd van sijnopel, verzeld in de regterbovenhoek en in de benedenhoek van een klaverblad van groen en in de linkerbovenhoek van een ruit van lazuur. Het schild gedekt met een goude kroon. "

II : 20 juni 1938

"In azuur een liggende omziende eenhoorn van zilver, vergezeld in den rechterbovenhoek van een schelp van goud, in den linkerbovenhoek van een ruit van zilver en aan de schildpunt van een bladerlooze gouden eikel, de steel omlaag. Het schild gedekt met een gouden kroon van 5 bladeren."

Wapen van Menaldumadeel

Oorsprong/verklaring :
Het wapen is waarschijnlijk ontworpen door de grietman Tsjerk van Heerma, tussen 1613 en 1622. Waarom hij voor een eenhoorn heeft gekozen is niet bekend. De eikel, ruit en schelp zijn ontleend aan de wapens van aanzienlijke geslachten uit die tijd in de gemeente. De eikel komt uit zijn eigen familiewapen, de schelp van het wapen van de familie Juwinga, de ruit uit het wapen van de familie Walta.

Bron: www.ngw.nl

 

 

Beetgum

Beetgumermolen

Berlikum

Blessum

Boksum

Deinum

Dronrijp

Engelum

Klooster Anjum

Marssum

Menaldum

Ritsumazijl

Schingen

Slappeterp

Wier



 
             
Copyright © 2006 Friesland digitaal