Opsterland in beeld

 

Welkom in Opsterland

Mooie landschappen, rust, ruimte in combinatie met leefbaarheid en goede bereikbaarheid maken Opsterland tot een erg aantrekkelijke woon- en recreatiegemeente. Opsterland ligt middenin het Friese woudengebied, heeft 16 karakteristieke en bruisende dorpen met in totaal 30.000 inwoners. Het grondgebied beslaat maar liefst 23.000 hectare en daarmee is Opsterland een van de grootste gemeenten in Friesland. Opsterland ligt langs de snelweg A7 en N381 en is daardoor uitstekend bereikbaar. Grote plaatsen als Heerenveen en Drachten zijn in 10 minuten bereikbaar en Groningen en Leeuwarden binnen 30 minuten.

Opsterland heeft een uniek landschap. Bos, heide, natuurgebieden afgewisseld met grasland, sloten, kanalen en veengebieden. Het landschap vertelt in grote mate de geschiedenis van Opsterland. Zo vind je aan de westkant van de gemeente open landschappen met slootjes, kanalen, grasland en veengebieden. Hier heeft zich de verveningsperiode afgespeeld. Veenbazen lieten onder erbarmelijke omstandigheden de arbeiders in het veen ploeteren. Het eindproduct turf werd via de Turfroute (Polderhoofdkanaal en Opsterlandse Compagnonsvaart) verscheept.

Heel anders ziet de omgeving van Beetsterzwaag en de oostkant van Opsterland er uit. Hier waren het de adel en grootgrondbezitters die hun stempel op het landschap drukten. Het landschap kenmerkt zich hier met bos, boomwallen, grasland, lommerrijke tuinen en prachtige landgoederen. Bij Lippenhuizen ligt de Liphúster heide en bij Bakkeveen vindt u een grote zandvlakte en zandverstuivingen.

Het dorp Beetsterzwaag, hoofdplaats van Opsterland, is gelegen op een zandrug. In de loop van de 17de en 18de eeuw zocht de adel elkaar in Beetsterzwaag op. De monumentale herenhuizen met hun lommerrijke parken en schitterende binnentuinen zijn er nog steeds. Grootgrondbezit betekende ook het ontstaan en behoud van veel natuur rondom dit dorp. Heide en niet meer rendabele landbouwgrond werd door de adel beplant met bos. In het dorp zijn diverse kunstgaleries en uitstekende restaurants. De bosrijke omgeving en de historische gebouwen maken Beetsterzwaag tot een van de mooiste woonplaatsen van Friesland.

Kenmerkend voor het Opsterlands landschap zijn de vele pingoruïnes (ook wel dobben genoemd). Dit zijn kleine meertjes die, meer dan 10.000 jaar geleden tijdens de laatste ijstijd zijn ontstaan. In het landschap zijn nog meer sporen van de ijstijd te zien. Het Koningsdiep (ook wel Ouddiep en Boorne genoemd) is een uniek oud beekje dat door het Opsterlandse landschap kronkelt. Het is ontstaan door het smeltwater van de ijstongen die het Opsterlands landschap bedekten. Vroeger mondde het Koningsdiep uit in een zeearm (de Middelzee) die via Sneek en Leeuwarden in de Waddenzee uitkwam. Veel Opsterlandse dorpen zijn op de hoge zandgronden van het beekdal gebouwd.

De Holle Weg over de heide bij Allardsoog (omgeving Bakkeveen). Toen alles in Opsterland nog natuur mocht heten, bepaalden de hoogten in het landschap de ligging van de verbindingswegen. De Holle Weg bij Allardsoog ligt op de zandgronden onder Bakkeveen. De weg is in de loop der eeuwen uitgesleten door het vele gebruik. Zon en wind deden de rest. Het eerste gebruik van de Holle Weg dateert al meer dan 10.000 jaar voor het begin van de jaartelling. Vanaf de Middeleeuwen was dit een belangrijke weg van en naar Groningen en Drenthe waar marskramers, monniken en herders met hun kudde voorbijtrokken.

Oude en nieuwe boerenbedrijven passen mooi in het Opsterlands landschap. Opsterland kent een lange traditie van veeteelt en landbouw. Op sommige boerderijen kunt u zelfgeproduceerde producten kopen en kijken hoe het productieproces in zijn werk gaat.

Geschiedenis Opsterland

De ”vuistbijl van Wijnjeterp” bewijst dat meer dan 150.000 jaar voor Chr. al mensen in Opsterland hebben gewoond. Het duurt dan tot zo’n 15.000 jaar voor Chr. voordat weer iets wordt vernomen van menselijke aanwezigheid. Vanaf die tijd volgen de culturen elkaar op, waarvan allerlei stenen gereedschappen, een enkel bronzen voorwerp en scherven aardewerk te zien zijn in het Fries Museum te Leeuwarden.

De naam Opsterland komt men voor het eerst tegen in 1395, al is het in een wat andere vorm dan heden ten dage, nl. Upsateraland. Up is ”op” en sater is ”zittende op”. Opsterlanders zijn dus ”opzitters”, de hoog wonende mensen op het zand.

Ook de naam Superhaudmare komt voor in de 14e eeuw als aanduiding voor deze streek. Vrij vertaald betekent dit boven-hoofd-stroom. Die hoofdstroom is dan de rivier, die het hart van Opsterland vormt. Het is de rivier De Boorn, beter bekend als het Ouddiep (It Alddjip), en ook wel Koningsdiep genoemd. Het hedendaagse Opsterland kenmerkt zich o.a. door de fraaie bossen rond Beetsterzwaag, Olterterp, Wijnjewoude en Bakkeveen. Maar karakteristiek voor het Opsterland van zo’n 200 à 250 jaren geleden zijn die bossen niet.


Landschap

De aanleg van deze bossen begon in de 18e eeuw en vond vooral in de 19e eeuw plaats. Daarvoor was het landschap van Opsterland open en ruim, waarin de dorpen als groene oasen verspreid lagen aan weerszijden van het Ouddiep. Onafzienbare heidevelden bepaalden het beeld van die tijd met aan de noord- en zuidkant van de gemeente de ontoegankelijke hoge venen. In de 18e eeuw werd dit hoogveen in het groot afgegraven door de veencompagnieën. De o.a. door de afvoer van de turf uit deze hoge venen gegraven vaarten en wijken veranderden het landschap radicaal. In die tijd zijn ook de dorpen Gorredijk, Bakkeveen en het tegenwoordige Frieschepalen ontstaan. Dorpen als Luxwoude, Langezwaag, Kortezwaag, Terwispel, Lippenhuizen, Hemrik, Wijnjeterp en Duurswoude aan de zuidzijde en (Oud)Beets, Beetsterzwaag, Olterterp, Ureterp en Siegerswoude aan de noordzijde van de gemeente zijn van veel oudere datum.

Die oudere dorpen waren dorpen van boeren, die het vooral moesten hebben van akkerbouw (rogge en boekweit). Wel hield men ook koeien en schapen, maar deze werden vooral gehouden vanwege de mest.

Het hooi voor dit vee werd voornamelijk uit het onbewoonde gebied in het westen van de gemeente gehaald langs vaste wegen (hooiwegen). Dit lage westen is van vóór 1000-1100 ná Chr. wel bewoond geweest, maar door wateroverlast is de bevolking uit dit gebied naar de hoger gelegen dorpen uit het oosten verhuisd.

In het begin van de 19e eeuw is men begonnen met het winnen van turf uit deze hooilanden. Het ging hier om laagveen. De ondernemers en de vaste arbeiders, die dit laagveen afgroeven waren voor een groot gedeelte afkomstig uit de kop van Overijssel (de zgn. Gietersen). Zij zijn de grondleggers van de dorpen Tijnje en Nij Beets. De familienamen Bron, Lok, Krikke, Meester, Schokker, Dam, herinneren nog aan die Overijsselse voorouders. Ook Luxwoude ondervond de invloed van deze immigranten. In 1749 telde dat dorp 9 inwoners in 1815 waren het er 311, waarvan het merendeel in 1855 al weer vertrokken was.

Door de laagveenontginning ontstonden in het westen van de gemeente onafzienbare plassen en poelen. In de 19e en ook in de 20e eeuw zijn deze plassen drooggemalen en zijn de drooggevallen gronden ontgonnen en daarna als weidegronden in gebruik genomen.

De geschiedenis van de hoogveen - en zeker ook van de laagveenafgravingen is een geschiedenis van onvoorstelbare armoede en van onmenselijk lijden. Sociale onrust was het gevolg, met name in de laagveengebieden bij Tijnje en Nij Beets. De naam van Domela Nieuwenhuis is onuitwisbaar gegrift in de historie van deze beide dorpen.

Vrij van veengraverij bleven Beetsterzwaag en Duurswoude. In Beetsterzwaag woonden echter wel de belangrijkste deelgenoten in de veencompagnieën, zoals de families Fockens, Van Teijens, Lycklama à Nijeholt e.a. Deze namen vindt men ook terug in de lijst van opeenvolgende grietmannen, die vanaf de 13e eeuw tot aan 1851 rechtspraken, aanvoerders waren in de strijd, naar buiten de grietenij vertegenwoordigden, kortom de belangrijkste mannen waren in de gemeente of beter gezegd de grietenij.


Bestuur

Aanvankelijk kende men twee grietmannen in Opsterland, aan elke kant van het Ouddiep één. Als in 1550 het geslacht Fockens zijn rij van grietmannen begint (tot aan 1692), dan is er echter maar sprake meer van één grietman.

Wel hadden zowel Beetsterzwaag als Lippenhuizen tot aan het laatst van de 18e eeuw elk een rechtskamer, waar de grietman om de andere week rechtsprak. De naam grietman komt van greta. Dit is groeten in de zin van aanspreken in rechten of wel eisen. De grietman woonde in Beetsterzwaag. Dit dorp is van oudsher dan ook de plaats waar het gemeentebestuur en de gemeentesecretarie is gevestigd. Alleen in de Franse tijd is de gemeentesecretarie in Gorredijk gevestigd geweest.


Oorlogen en plundertochten

De geschiedenis van Opsterland is er niet één van veel krijgsgeweld, alhoewel in 1231 de Friezen en de Drenthen elkaar bij Bakkeveen te lijf gingen. Ook plundertochten in het begin van de 16e eeuw, invallen en plunderingen in de 80-jarige oorlog, grote overlast van ingekwartierde soldaten in 1672/73, zijn het vermelden waard, maar het waren toch schaarse schermutselingen in de lange geschiedenis van Opsterland. Zichtbare herinneringen aan spannende tijden zijn de schansen aan de grenzen, bij Frieschepalen, beoosten Allardsoog (de nog bestaande Zwartendijksterschans) en bij de Breeberg zuidelijk van Duurswoude. In 1673 werd heel Gorredijk een vesting, waaraan het cultureel centrum/sporthal ”De Skâns” in die plaats zijn naam ontleent.

Opsterland leent zich uitstekend voor allerlei buitenactiveiten en is bij uitstek een fiets- en wandelgemeente. De vele kilometers fiets- en wandelpad zijn een echte tractatie. Zij brengen u langs laagveen, polders, kanalen, bossen, heidevelden, natuurgebieden en karakteristieke dorpjes. Er zijn ook verschillende paardrijroutes. Een andere ontspanning is kano- of bootjevarenop de Turfroute. De route sluit aan op de Friese meren en het is mogelijk om via Drenthe en Overijssel naar Duitstland te varen, of andersom natuurlijk. Een boottocht geeft u een goede indruk van de landschappen en dorpjes in Opsterland. Ook de golfers komen in Opsterland aan hun trekken. Bij landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag ligt midden in de bossen een 18-holes golfbaan.

Bakkeveen is het toeristische hart van Opsterland. Midden in de bossen en landerijen vindt u hier onder andere verschillende familie- en boerecampings, kampeerboerderijen, landgoed en theeschenkerij De Slotplaats, een oude gevechtsschans, een openluchtdoolhof, uitkijktoren, openlucht zwembad, doolhofparkpark, overdekt kinderspeelpaleis, fiets- en kanoverhuur, huifkarverhuur, en partycentrums.

Het Himrikerpaad, fietspad van Beetsterzwaag naar Hemrik. In de prachtige natuur die Opsterland rijk is, vindt u rustige paden. Niet alleen door de natuurgebieden rond Bakkeveen, Hemrik, Wijnjewoude of Beetsterzwaag, maar ook elders in de gemeente komt u door landschappen die een lust voor het oog zijn.

De bossen van Beetsterzwaag verbergen heel wat mooie wandel- en fietsroutes. Grote kans dat u wilde reeën, roofvogels of een ringslang tegenkomt.

Knusse aanlegmogelijkheden in Gorredijk / Kortezwaag.Veel dorpen in Opsterland, zoals Nij Beets, Gorredijk, Hemrik en Kortezwaag, kennen een geschiedenis met het veen. In het begin van de 17de eeuw was turf een waardevolle brandstof, die overal naartoe werd vervoerd. De turf ging over het water in skûtsjes en pramen. Daarvoor is een stelsel van vaarten en opslootjes aangelegd. De Opsterlandse Compagnonsvaart is in de jaren 1630-1830 gegraven. Nu maakt deze vaart onderdeel uit van de Turfroute. Watersporters maken er vandaag de dag dankbaar gebruik van.

Het kerkje van Duurswoude dateert uit omstreeks 1250 en is daarmee de oudste kerk van Opsterland. De oorspronkelijke bouwstijl is Romaans. De spitsboogvensters laten ook gotische invloeden zien. Bijzonder zijn de twee ‘Noormannenpoortjes’. De mannen gingen door de poort in de zuidmuur (1,30 meter hoog). Er is een vrouwenpoort in de muur aan de noordkant (1 meter hoog). Binnen zaten mannen en vrouwen gescheiden. De mannen zaten aan de warmere zuidkant van de kerk

Ook op culinair niveau heeft Opsterland heel wat te bieden. In Beetsterzwaag en Olterterp vindt u verschillende kwaliteitsrestaurants. In landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag kunt u ‘op stand’ overnachten en eten (Michelin ster). Ook in Gorredijk en Bakkeveen vindt u verschillende gezellige eetgelegenheden en partycentra.

In Opsterland is een grote verscheidenheid aan overnachtingsmogelijkheden. U kunt hierbij denken aan familie- en boerecampings, vakantiehuisjes en –caravans en hotels. Een echte aanrader is het typisch Friese Bêd & Brochje (bed & ontbijt). U overnacht dan op een eigen kamer bij een boer of particulier.

Bron: Gemeente Opsterland

Wapen van Opsterland

"Van zilver, beladen met 5 populierboomen, staande op een groene grond, over dewelke heenloopt een haas van keel, vervolgd wordende door een hond van dezelfde kleur, waarvan het voorste gedeelte slechts zigtbaar is."

NB : het schild gedekt met een gouden kroon van 5 bladeren.

Wapen van Opsterland

Oorsprong/verklaring :
Het wapen schijnt rond 1622 ontstaan te zijn. De betekenis van de voorstelling is niet bekend. Tot 1739 was alleen de haas te zien, later ook de halve hond. De haas loopt op de afbeeldingen ook niet altijd dezelfde kant op, soms naar links, soms naar rechts.

Van den Bergh noemt een ouder zegel van de grietenij, met afdrukken uit 1418 en 1425. Op deze zegels staat een staande krijgsman links ziende, in de rechterhand een opgeheven zwaard, rechts van hem een lelie, links een rond schild, beladen met een kruis van bollen, een in het midden en vier aan de vier zijden; aan zijn voet rechts een staande vrouw met een boomstronk in de hand, links een man houdende een zwaard in de hand en achter hem een afgehouwen hoofd naast een blok, het geheel bezaaid met sterren.

Bron: www.ngw.nl

Allardsoog
Bakkeveen
Beetsterzwaag
Frieschepalen
Grootwijngaarden
Haneburen

Heidehuizen

Hemrik
Hemrikerverlaat
Jonkersland
Klein Groningen
Kortezwaag
Langezwaag
Lippenhuizen
Luxwoude
Nij Beets
Olterterp
Selmien
Siegerswoude
Sparjebird
Terwispel
Uilesprong
Ureterp
Ureterp aan de Vaart
Vosseburen
Wijnjeterpverlaat
Wijnjewoude


 
             
Copyright © 2006 Friesland digitaal