Bolsward in beeld

 

Welkom in Bolsward

Geschiedenis van Bolsward

De plaats is ontstaan op een drietal terpen, waarvan in ieder geval de oudste (waar de Sint Maartenskerk op staat) dateert van voor het begin van de jaartelling. De Broerekerk, in 1980 door brand verwoest en nu als ruïne geconserveerd, is het oudste gebouw van de stad en dateert deels uit het eind van de 13e eeuw. Ook uit de middeleeuwen stamt het miraculeuze Mariabeeld Onze-Lieve-Vrouwe van Sevenwouden, tegenwoordig bewaard in de kerk van de Franciscanen. Bolsward kreeg stadsrechten in 1455 mede dankzij de beroemde redenaar pater Johannes Brugman. Het fraaie stadhuis, gebouwd rond 1615, staat symbool voor de bloei van de stad in de zeventiende eeuw. Het werd in 1765 vergroot en verfraaid in de rococostijl.

De Patriottentijd

In de achttiende eeuw liep het inwoneraantal van Bolsward achteruit naar 2.500 inwoners. De plaatselijke textielindustrie had zwaar te lijden onder de buitenlandse concurrentie; de boter- en kaasmarkt van de veepest, die op het Friese platteland woedde. In 1773 stelde de stadhouder Willem V voor de vroedschap - n.b. bestaande uit zes burgemeesters en vierentwintig vroedschapsleden - te halveren. Er waren mogelijk onvoldoende gekwalificeerde kandidaten. Bovendien waren katholieken (ongeveer 30% van de bevolking), doopsgezinden (5%) en Luthersen en Joden (5%) destijds uitgesloten van dat ambt. Omdat er onenigheid ontstond in de vroedschap en kwam er een nieuw voorstel in 1776, waarbij de raad met slechts een derde zou worden verminderd. In 1778 stelde de stadhouder voor het onderwerp te laten rusten, omdat als nog een lid (J. Steensma) tegenstemde. Niettemin liet de prinsgezinde burgemeester Schelto van Heemstra in zijn derde ambtsperiode de vroedschap op autocratische wijze "uitsterven".

In december 1782 werd burgemeester Van Heemstra, die niet in Bolsward woonde en evenals zijn voorganger nooit ambtengeld had betaald, buitenspel gezet. Bovendien had Van Heemstra in augustus van dat jaar een oranjegezinde stadssecretaris willen benoemen, zonder goedkeuring van de vroedschap. Vanwege het felle provinciale verzet tegen Van Heemstra - die vaak afwezig was en bij gelegenheid op zichzelf stemde - raakte de regent zijn burgemeesterzetel en jarenlange afvaardiging naar de Provinciale Staten (sinds 1770) kwijt. De stadhouder reageerde koeltjes, toen Van Heemstra in een brief zijn beklag deed.

De patriotten in Bolsward hadden een aantal kundige en daadkrachtige zegslieden, o.a. notaris Elgersma en aardewerkfabrikant F. Tichelaar. De stadsregering van Bolsward herstelde de grootte van de vroedschap, zich baserend op oude rechten uit 1637. De benoeming van patriottische vroedschapsleden werd nog lange tijd tegengehouden, omdat de kandidaten te weinig kapitaal zouden hebben. Lidmaatschap van de gereformeerde kerk en het bezit van een huis waren destijds noodzakelijke voorwaarden.

De patriotten hebben in januari 1785 in Bolsward een vrijwillige schutterij, opgericht, waarvan iedereen lid kon worden, in tegenstelling tot de gewone en oranjegezinde schutterij. Slechts een burgemeester stemde voor, een beslissing die nog zwaar op hem zou rusten. Het duurde tot augustus 1786 voordat provinciale toestemming was verleend en de officieren werden benoemd. In diezelfde tijd leidde Daendels het exercitiegenootschap in Hattem, dat zich verzette tegen de stadhouderlijke troepen. De vrijwillige schutterij in Bolsward diende onmiddellijk een voorstel tot aankoop van kruit en munitie in, omdat eveneens het "democratisch bolwerk" Utrecht werd bedreigd. Het voorstel tot aanschaf kwam van de nieuw aangetreden en populaire Cornelis van den Burg, die enkele weken eerder als kapitein van de vrijwillige schutterij was benoemd.

In de zomer van 1787 laaide het conflict op, niet alleen omdat in Friesland op 1 juni nieuwe regeringsreglementen in werking waren getreden. Het werd de exercitiegenootschappen in Friesland verboden nieuwe wapens aan te schaffen en bij de dreiging van een Pruisische inval Holland hulp te bieden. In Bolsward werden een aantal defensieve maatregelen getroffen: in september 1787 is Bolsward door de vrijwillige schutterij in staat van paraatheid gebracht. De bolwerken werden opgehoogd onder leiding van de uit Duitsland afkomstige schoolmeester H.C. Achenbach. Er werd 500 gulden geleend om de arbeiders uit te betalen. Niet iedere patriot was bereid de rebellerende "Franeker Staten", waar een tiental patriottische statenleden zich had teruggetrokken, te steunen. Er hebben zich felle discussies voorgedaan, nadat een plaatselijke herberg was omsingeld door een vliegend legertje van vijftig Friese patriotten.

De volgende dag werden stadspoorten gesloten en de bruggen gebarricadeerd, nadat een poging was gedaan de stadskas in veiligheid te stellen. Zonder uitdrukkelijke toestemming kon niemand de stad meer uit of in. Na een week gedelibereer erkende de dralende en zwaar onder druk gezette vroedschap van Bolsward als enige stad in Friesland de "coupplegers" in Franeker. Ettelijke oranjeklanten meldden zich ziek of bleven thuis. Court Lambertus van Beyma, de leider van de Friese patriotten, dreigde de dijken door te steken als Friesland bezet zou worden. Een textielhandelaar uit Bolsward, Albert Lycklema à Nijeholt, vertrok richting Lemmer en versleepte een aantal kanonnen uit Sloten. Toen duidelijk werd dat er onvoldoende steun van de bevolking was, de financiële middelen beperkt waren, Frankrijk niet te hulp zou komen en een deel van het Pruisisch leger naar het noorden oprukte, vluchtten vele vooraanstaande patriotten via Stavoren naar Amsterdam.

De achtergebleven officieren en burgergecommitteerden - in de haast benoemd om de vroedschap te controleren - werden begin oktober opgesloten in het blokhuis te Leeuwarden. Onder hen bevond zich de doopsgezinde koopman Wopko Cnoop, die een dagboek bijhield van zijn belevenissen. Cornelis van den Burg kreeg een van de zwaarste straffen die destijds in de Republiek zijn uitgesproken. Hij werd in mei 1789 ter dood veroordeeld, vanwege zijn radicale democratische opvattingen. Knielende op het schavot kreeg hij te horen, dat hij voor twintig jaar verbannen werd uit Friesland. Van den Burg vertrok met bestemming St. Omer in Noord-Frankrijk. Daar wachtten enkele duizenden patriotten tot de kansen zouden keren.

In januari 1795 - bij de komst van het Bataafse legioen - is burgemeester Van Heemstra afgezet. Hij vluchtte van Oenkerk naar Embden. Katholieken en doopsgezinden kregen meer rechten, de erfelijkheid van ambten is afgezworen. In 1811, tijdens het Franse bewind, werd de raad van Bolsward alsnog gehalveerd.

Bron: wikipedia

Wapen van Bolsward

" Van goud beladen met een dubbele zwarte arend. Het schild gedekt met een kroon en ter wederzijde vastgehouden door een klimmende leeuw in natuurlijke kleur. "

NB : de leeuwen zijn omziend en de kroon is een keizerskroon.

Wapen van Bolsward

Oorsprong/verklaring :
Wanneer het wapen precies is ontstaan en waarom voor de (keizerlijke) adelaar is gekozen is niet geheel duidelijk. Het wapen is in ieder geval bekend uit 1455. Op munten uit dat jaar staat al de dubbele adelaar afgebeeld.

De meest waarschijnlijke verklaring is dat het wapen, inclusief de keizerskroon, is afgeleid van de Duitse Hanze, waarvan Bolsward lid was. De Hanze voerde eveneens de dubbele adelaar op haar wapen.

Na de inlijving van Friesland door Keizer Karel V in 1523 werd de stad in haar wapen bevestigd door de keizer.

De keizerskroon is in de loop der jaren door het stadsbestuur echter regelmatig vervangen door een vijfbladerige (konings)kroon. Bij de aanvraag in 1815 werd wel weer om de keizerskroon gevraagd.

Op de zegels van de stad komt de adelaar pas aan het einde der 15e eeuw voor. Op het oudste zegel, met afdruk uit 1331 (?) staat alleen een kasteel vermeld. Op drie verschillende 15e en 16e eeuwse zegels staat alleen de dubbele adelaar. Het grootzegel uit 1640 eeuw vertoont het wapen onder een Gothische nis met St. Maarten.

Tegenwoordig voert de gemeente het wapen op briefpapier en andere bescheiden.

 

 



 
             
Copyright © 2006 Friesland digitaal